Het is tijd om naar buiten te gaan. Hij zit al vijf minuten stil op zijn stoel. Kaars recht met zijn voeten onder de tafel. Zijn ogen strak op de klassen lijst. Hij zal en moet voetballen deze pauze, en het kan want hij is als derde aan de beurt. Hij weet dat de eerste leerling op de lijst bijna nooit voor voetbal kiest dus zijn kansen zijn groot. Als ik zeg dat we onze brood trommels gaan opruimen loopt hij in één rechte lijn naar de kast om vervolgens met de armen over elkaar weer klaar te zitten tot zijn naam genoemd wordt. Zijn ogen staan strak, zijn spanning loopt op. Als zijn klasgenootjes er samen voor kiezen om te gaan voetballen is hij zichtbaar teleurgesteld. Hij trapt tegen de tafel, scheld zijn klasgenootje uit en ik ben een kut juf. Vervolgens loopt hij van zijn plek en duwt hij onderweg naar buiten het altijd schuwe klasgenootje op de grond. Als ik achter hem aan loop krijg ik een middelvinger. Buiten verstopt hij zich achter een boom. Ik besluit om hem vijf minuten af te laten koelen en loop dan naar hem toe.

Ik zie dat je weer rustiger bent, je was boos want?” “Ik mag NOOIT voetballen, zij mogen ALTIJD en ik wou vanochtend in bed al voetballen. Ik had uitgerekend dat ik vandaag kon voetballen, T wil dat nooit!! Doet hij gewoon omdat ik bij de kleine pauze al zei dat ik wou voetballen” 
De wereld is altijd tegen deze grote schat. Als we samen de situatie uitsplitsen komen we er achter dat hij gisteren heeft gevoetbald en dat T wel eens vaker voor voetballen kiest. Daarbij was T de eerste pauze nog bij de tandarts… “O, dan heeft hij het ook niet kunnen horen

Hij vindt het zelf niet zo handig dat hij tegen de tafel heeft geschopt “Nu, heb ik een zere teen” en sorry juf dat ik je kut juf noemde. Hij loopt naar zijn klasgenootje die hij op de grond heeft geduwd. “Sorry hoor, ik was een beetje boos.”

Eenmaal in de klas bespreken we hoe om te gaan met boosheid. Wat een alternatief is voor slaan, schoppen en schelden. We mogen immers allemaal boosheid voelen, maar het is niet oké om anderen te slaan, of te schelden op een ander.

Vandaag sta ik meer dan anders stil bij autisme. We willen verbinding maken tussen de maatschappij en kinderen die geclassificeerd zijn met deze pervasieve ontwikkeling stoornis. Meer begrip, zo wordt er gesteld. Maar laten we het ook gebruiken om stil te staan bij het normaliseren. Bij het vertalen aan deze kinderen wat onze maatschappij van ze verwacht, en laten we het als verantwoordelijkheid nemen om hen onze sociale regels uit te leggen. Elke keer een beetje meer klaarstomen voor de wereld buiten de school muren en het schoolplein om. Want er is een norm die je moet durven stellen. Puur en simpel om het feit dat je burgers klaar stoomt die moeten leven in een maatschappij waar een week van autisme nog noodzakelijk blijkt te zijn.