Als ik de ruimte binnen kom zit hij al klaar. “Fijn dat je er weer bent Desirée maar er is deze keer helemaal niets hoor. Alles gaat goed. Er is zelfs niets oranje!” Ik kijk hem rustig aan en laat merken dat ik heel blij voor hem ben. “En wat gaat er dan allemaal goed?” Ik pak een groene stift en schrijf  ‘Dit gaat allemaal goed’  in het midden van het papier.

Trots vertelt hij over zijn wiskundehuiswerk dat hij nu op tijd afkrijgt, ook het plannen gaat aardig. “Van uitstellen krijg ik paniek en dat wil ik niet meer, dus moet ik meer tijd maken en deze gebruiken. Als ik het vergeet wijst mama naar mijn tekening en dan probeer ik het huiswerk te maken zonder boos te worden.”

Vol verwondering kijk ik hem aan, het lijkt voor hem al de normaalste zaak van de wereld. Plannen, organiseren, doorzetten bij tegenslag. We hebben hier vijf keer over getekend en hij heeft het al zo knap in zijn routine geprogrammeerd.
“Hoe lukt het jou om niet meer boos te worden? Wat denk je dan?” Hij denkt er even over na. “Aan mijn beloning, ik heb een afspraak met mijn ouders. Als ik laat zien dat ik mijn huiswerk maak, verdien ik vertrouwen en mag ik wat langer bij de skatebaan blijven” Moeder kijkt vanuit de keuken om het hoekje. “Het voordelen – nadelen onderzoek was voor ons wel heel confronterend; hij bleek geen duidelijke nadelen van het nìet maken van zijn huiswerk te hebben. Daar moesten wij als ouders wel even over nadenken. Dus toen hebben we gezorgd dat de voordelen van het wèl maken van zijn huiswerk groter werden. En dat werkt!”

Ik voel me warm worden van binnen, wat ben ik dankbaar dat ik deel heb mogen zijn van dit proces. En wat ben ik trots, trots op zijn ouders en nog meer op deze jongeman in wording.